Typische mondaandoeningen bij personen met een beperking

We lijsten de belangrijkste mondaandoeningen bij personen met een beperking voor je op:

  • Tandplaque en tandsteen
  • Tandslijtage
    • Abrasie
    • Tandenknarsen
    • Erosie
  • Overgroei van tandvlees
  • Tandtrauma
  • Problemen bij de doorbraak van tanden en afwijkende tandstand
  • Droge mond
  • Kwijlen

Tandplaque en tandsteen

Personen met een beperking hebben een hoger risico om plaque op te stapelen en dus ook om gaatjes of tandvleesproblemen te ontwikkelen. Dit heeft verschillende redenen:

  • Mondhygiëne, zowel zelfstandig als met hulp, verloopt minder makkelijk.
  • Medicatie wordt gegeven in de vorm van suikerhoudende siropen of tabletten worden in confituur of honing aangeboden.
  • Veel medicijnen hebben een remmende werking op de speekselproductie zodat er minder natuurlijke reiniging en buffering door speeksel is.
  • Vloeibare (suikerhoudende) voeding vereist geen kauwbewegingen waardoor er weinig stimulatie van speekselproductie is. Dat zorgt voor minder natuurlijke reiniging en buffering van de mond.
  • Een verminderde spanning van de mondspieren, het voortdurend openhouden van de mond en mondademhaling werken uitdroging en opstapeling van tandplaque in de hand.

Door een goede mondverzorging krijgt plaque geen kans en blijven de tanden, het tandvlees en de tong gezond. Het is daarom essentieel de tanden, het tandvlees en de tong te reinigen om plaquestapeling te vermijden.

Tandplaque vormt een laagje op de tanden dat moeilijk te zien is. Het zit op het tandoppervlak, tussen de tanden en op de overgang naar het tandvlees. Het vormt zich ook op de slijmvliezen, de tong en gebitsprothesen. In deze plaque zitten bacteriën die suikers en zetmeel uit voeding en drank omzetten naar zuren. Deze zuren tasten het onderliggende tandoppervlak aan en veroorzaken gaatjes (cariës) in het gebit.

Gezond tandvlees is roze van kleur en bloedt niet als de tanden gepoetst worden. Ontstoken tandvlees is rood, gezwollen en heeft neiging tot spontaan bloeden of bloeden na aanraking. De ontsteking wordt veroorzaakt door bacteriën die in de plaque aanwezig zijn. Als tandplaque niet verwijderd wordt, dan kan het hard worden en zich omvormen tot tandsteen. Aan tandsteen hecht dan weer gemakkelijk nieuwe tandplaque en zo geraakt het tandvlees steeds meer ontstoken. Deze ontsteking kan zelfs de steunweefsels van de tand en het kaakbot aantasten en zo leiden tot het verlies van tanden.

Tandslijtage

Er bestaan verschillende vormen en oorzaken van tandslijtage. Tandslijtage kan leiden tot tandgevoeligheid en tandpijn. We lijsten de belangrijkste vormen op:

Abrasie

Deze vorm van tandslijtage wordt veroorzaakt door mechanische effecten, bijvoorbeeld agressief tandenpoetsen. Hierbij worden de tanden te krachtig met een schrobbende beweging gepoetst of gebeurt het poetsen met een te harde tandenborstel. Elders op deze website vind je meer uitleg over de juiste poetsmethode, keuze van tandenborstel en type van tandpasta.

Tandenknarsen (bruxisme)

Deze vorm van tandslijtage (ook wel attritie genoemd) wordt veroorzaakt door het onbewust of soms opzettelijk klemmen of over elkaar schuiven van de tanden (= knarsen). Dit zal niet alleen een onaangenaam geluid produceren, maar ook slijtfacetten ter hoogte van de tanden veroorzaken.
Als ouder of zorgverlener kan je weinig doen tegen dit tandenknarsen. Vraag raad aan de tandarts.

Erosie

Erosie is het oplossen van het tandweefsel door zuren die rechtstreeks in de mond komen. Deze zuren worden vaak opgedeeld in uitwendige zuren en inwendige zuren. Uitwendige zuren komen voor in voeding (bijvoorbeeld citrusvruchten, fruitsappen, (light)frisdranken, …) en inwendige zuren komen uit de maag (bijvoorbeeld door braken, reflux, rumineren …). Tegen inwendige zuren kunnen zuurremmende medicijnen een oplossing bieden. Soms kan een refluxoperatie nodig zijn. Praktische voedingstips met aandacht voor uitwendige zuren vind je elders op deze website.

Overgroei van tandvlees (hyperplasie)

Sommige medicijnen (b.v. anti-epileptica) kunnen overgroei van het tandvlees veroorzaken. Het tandvlees wordt dikker en gaat steeds grotere delen van de tanden bedekken. Een goede mondhygiëne is in deze situatie extra belangrijk, want het tandvlees zal vooral toenemen in volume op de plaatsen waar tandplaque zit. Bij overgroei van tandvlees wordt het moeilijker om de plaque weg te poetsen en zal het tandvlees ontsteken. Beter voorkomen dan genezen dus.

Tandtrauma

Personen met epilepsie kunnen onverwachts vallen. Ook personen die minder mobiel zijn, of motorisch beperkt zijn, hebben meer kans op valincidenten. Als een persoon op zijn of haar aangezicht valt, bestaat er kans op breuk of verlies van tanden. Ook zelfverwonding kan leiden tot tandletsels. Raadpleeg onmiddellijk een tandarts als een tand is afgebroken, beweeglijk is of verplaatst werd, of uit de mond is. Bewaar (het afgebroken deel van) de tand in melk. Neem een uitgeslagen tand altijd vast bij de kroon en probeer het wortelgedeelte zo weinig mogelijk aan te raken.

Problemen bij de doorbraak van tanden en afwijkende tandstand

Het tijdstip waarop tanden en kiezen in de mond verschijnen varieert. Bij personen met een beperking is de variatie groter dan in de doorsnee bevolking. Soms is de kaak te klein om alle tanden een plaats te geven. Dan ontstaat vaak een afwijking van de stand van de tanden. Dit maakt poetsen moeilijker. Extra aandacht voor mondhygiëne, ook de ruimte tussen de tanden, is dan noodzakelijk. Net zoals een regelmatig bezoek aan de tandarts ter controle. Orthodontische behandeling kan deze situatie beperken of zelfs verhelpen.

Droge mond

Verschillende medicijnen hebben als bijwerking dat de speekselproductie wordt afgeremd. Ook het continu ademen via de mond kan een uitdrogen van de mond in de hand werken. Speeksel heeft een smerende werking bij spreken, kauwen en slikken; een reinigende werking op tanden en slijmvlies; en het voorkomt uitdroging van het mondslijmvlies en mondinfecties. Bij een verminderde speekselvloed vormt tandplaque zich sneller. Hierdoor ontstaan sneller gaatjes en tandvleesontstekingen. Je kan speekselproductie stimuleren door voedsel aan te bieden waarop goed gekauwd moet worden (wortels, komkommer, suikervrije kauwgom …). Probeer bij mondademhaling het ademhalen door de neus te bevorderen. Dit kan door consequent de mond te sluiten als de persoon slaapt.

Kwijlen

Wanneer speekselverlies optreedt, spreken we van kwijlen. Probeer bij personen die kwijlen de mond zo veel mogelijk dicht te houden. Het kan nuttig zijn een logopedist in te schakelen en specifieke oefeningen op te starten. Vermijd ook producten met een hoog suikergehalte, gezien deze de speekselproductie doen toenemen. Bij aanhoudende klachten neem je best contact op met de tandarts.